Voet en Zorg - voor een passende oplossing

Voet & Zorg is een samenwerkingsverband van orthopedische schoentechnici die hun krachten hebben gebundeld. Voet & Zorg ondersteunt mensen met pijnklachten in voeten, enkels, knieën of rug. Ter voorkoming van klachten zoekt Voet & Zorg naar verantwoorde, werkende maar ook cosmetische oplossingen.

  Voet & Zorg lettergrootte       
voor een passende oplossing
   
 
 
Producten & Diensten
Het orthopedisch schoentechnisch bedrijf
De schoen
De juiste maat en een goede schoen voor de gezonde kindervoet
Aanpassingen aan confectieschoenen
Maatsteunzolen/maatvoetbedden
Comfortschoenen / themaschoenen
Verschillende types orthopedisch maatschoeisel
Voetprotheses en -ortheses
Volwassenen
Kinderen
Bijzondere orthopedisch schoentechnische producten
Sportschoeisel
Ganganalyse/drukmeting
Podotherapie
Kleine service-artikelen
De zorgverzekeraar en orthopedische schoenvoorzieningen
Advertentie
Advertentie


18 Filialen in Nederland
 
Vestigingen Voet & Zorg

 
Volwassenen



metatarsalgie  |  clavi  |  pes planus transversus  |  pes planus  |  gedecompenseerde pes cavus  |  hallux valgus
hallux limitus/rigidus  |  hamer- en klauwtenen  |  mortonse neuralgie  |  exostose  |  hielpijn  |  gonarthrosis
beenlengte verschil  |  posttraumatische problemen  |  diabetes mellitus  |  reuma  |  spasticiteit
neuromusculaire aandoeningen  |  extreme en wisselende oedemen  |  huidaandoeningen  |  hyperhidrosis


Metatarsalgie

Pijn in het metatarsophalangeale gebied, vanaf de ossa cunŽiforme tot de tenen wordt veelal omschreven als metatarsalgie. Hiermee wordt echter alleen aangegeven dat er sprake is van pijn, maar er wordt niets aangegeven omtrent de oorzaak van de pijn. Een praktische en frequent gehanteerde indeling is:
  • Primaire metatarsalgie
    Er is sprake van statische afwijkingen. Hierbij kan er zowel sprake zijn van ossale stoornissen als stoornissen in de weke delen, zonder dat er een duidelijke oorzaak voor die stoornis aanwezig is.
  • Secundaire metatarsalgie
    De ossale en weke delen stoornissen worden veroorzaakt door metabole, neurologische, traumatische of postchirurgische oorzaken.
  • Tertiaire metatarsalgie
    Dit betreft een aparte groep, zonder statische afwijkingen, maar met een lokale stoornis. De Mortonse neuralgie is hier een voorbeeld van. Soms is er geen duidelijk stoornis aanwezig.

Bijna alle aandoeningen die in dit hoofdstuk beschreven worden, kunnen aanleiding geven tot pijn in het metatarsophalangeale gebied. Het is van belang om naar de oorzaak te zoeken en niet alleen op basis van "metatarsalgie" een schoentechnische behandeling in te zetten.


Clavi

Een clavus (likdoorn) is een naar binnen groeiende eeltknobbel. Overmatige, puntvormige druk leidt meestal tot het ontstaan van harde likdoorns. Hierbij heeft de eeltplek een puntvorm gekregen die steeds dieper naar binnen dringt. Deze 'eeltpunt' is vaak omringd door eelt. Bij langer bestaan van de likdoorn kunnen ook zenuwuiteinden bekneld raken. Dit maakt de aandoening extra pijnlijk. De aanhoudende druk- en wrijvingskrachten leiden vervolgens tot het ontstaan van een slijmbeurs. Druk hierop doet de pijn eveneens toenemen. In de meeste gevallen ontstaan likdoorns als gevolg van een wanverhouding tussen het model van de voet en de schoen.

Schoentechnische behandeling

Het spreekt voor zich, dat naast het verwijderen van de clavus/ callus, de oorzaak verholpen moet worden. Essentieel hierbij is het 'drukvrij' leggen van de locatie van de clavus. Bij een enkele clavus ter hoogte van een PIP-gewricht of aan de mediale zijde van het MTP-1-gewricht, kan de schacht worden 'uitgeknobbeld' (opgerekt). Om overmatige druk tegen de clavi te voorkomen moet de voorvoet 'vrij' in de schoen liggen en niet tegen de schacht drukken. Een drukverdelend maatvoetbed met een transversale voorvoetsteun is noodzakelijk om overmatige druk ter hoogte van de MTP-regio te voorkomen.


Pes planus tranversus

Bij de spreidvoet bestaat overbelasting van ťťn of meer MTPgewrichten. Zodra de cliŽnt gaat staan, zien we ruimte tussen de tenen ontstaan en een sterke verbreding van de voorvoet. Het wordt vaak gezien als onderdeel van de holvoet, maar ook bij ouder wordende voeten komt het voor. In de laatste situatie gaat ťťn en ander meestal gepaard met een afname van de subcutane buffer.
De gewrichtskopjes komen hiermee vlak onder de huid te liggen en zijn daar duidelijk palpabel. De belastingsdruk wordt hierdoor over een klein oppervlak verdeeld en zal sterk toenemen. Gevolg hiervan is het ontstaan van drukpijn, overmatige eeltformaties en clavi.

Schoentechnische behandeling

Een strakke omsluiting van de voet, proximaal van de metatarsaal gewrichten, wordt meestal als plezierig ervaren. Het voorkomt het sterke uitzakken van de voorvoet. Er moet geen transversale druk worden uitgeoefend tegen de metatarsaal kopjes 1 en 5, omdat dit juist als pijnlijk wordt ervaren en het ontstaan van clavi aan de mediale en laterale zijde bevordert. Een dwarse voorvoetsteun met extra dikte proximaal van de metatarsaalkopjes 2, 3 en 4 ondersteunt het verkrijgen van de normale verhoudingen. Het spreekt voor zich dat ook hier een goed slot noodzakelijk is. Het soort schoeisel waarin een geschikt maatvoetbed verwerkt kan worden, is afhankelijk van de 'benodigde ruimte' en varieert van confectieschoeisel tot orthopedisch maatschoeisel type A.


Pes planus

Platvoeten komen vaak voor, zowel aangeboren als verworven. De aangeboren platvoet gaat altijd gepaard met een valgusstand van de hiel (pes plano valgus). Het mediaal gewelf is volledig afgeplat. Het os naviculare kan direct op de grond steunen, en meestal bestaat er een abductiestand van de voorvoet. Tijdens het afwikkelen ontstaat nu een abducerende en endoroterende kracht op de hallux.
De voet is in het algemeen stug en de stand kan niet gecorrigeerd worden.

Meestal is er sprake van een verworven vorm. Langdurige belasting leidt tot decompensatie, oftewel 'doorzakken' van de voet. Deze voeten zijn vaak soepel en de decompensatie kan passief worden hersteld.
Een aparte vorm is de gedecompenseerde pes cavus. De voorvoet gaat in abductie als vluchtreactie op de 'diepstand' van de 1e straal en het mediaal gewelf raakt afgeplat.


Klinische kenmerken
  • Soms geheel geen klachten.
  • Pijn en vermoeidheid in voeten en onderbenen, met name na enige tijd staan en lopen.
  • Bij uitstekende botpunten kan drukpijn ontstaan als gevolg van druk tegen de schoen.
  • Stugge, niet te corrigeren platvoet in geval van congenitale vorm.
  • Meestal te corrigeren stand bij verworven vormen. Een gedecompenseerde pes cavus is te corrigeren tot de oorspronkelijke cavusstand. Opvallend hierbij is de vaak brede voorvoet.
  • Wanneer de voet in valgus staat is het noodzakelijk om de kniestand te beoordelen. Bij O-benen wordt de varusstand in de knie vaak gecompenseerd door een valgusstand in de enkel.

Schoentechnische behandeling

Bij stugge, congenitale vormen leidt correctie meestal tot toename van pijnklachten. De standsafwijking moet worden geaccepteerd. Een drukverdelend voetbed met een geringe verhoging onder het sustentaculum tali en extra ontlasting van pijnlijke drukplekken is zinvol. Een verhoging ter hoogte van het mediaal gewelf veroorzaakt vaak teveel druk en leidt tot pijnklachten. Bij een valgusstand van de calcaneus moet een stevig, goed passend contrefort worden toegepast om voldoende steun te geven. Wanneer, bij forse valgus, de belastingslijn te ver aan de mediale zijde van de voet valt, moet de schoen aan mediale zijde worden geschoord. Om doorzakken van het geleng te voorkomen moet gebruik worden gemaakt van een sleehak of een vleugelhak.
Wanneer sprake is van een gedecompenseerde holvoet, is het zinvol om deze vorm te accepteren.
Het is meestal niet mogelijk om extreme platvoeten adequaat op te vangen met steunzolen in confectie schoeisel. Hier is orthopedisch maatschoeisel type A, nodig.


Pes cavus

Holvoeten zijn vaak erfelijk, maar het kan ook een secundair verschijnsel zijn bij een neurologische aandoening. De specifieke holvoet is regelmatig aanleiding tot verder onderzoek, waarbij uiteindelijk de diagnose HMSN (Hereditaire Motorische en Sensorische Neuropathie) wordt gesteld.
Holvoeten zijn, in het algemeen, niet manueel te corrigeren. Dit wordt vooral veroorzaakt door de verkorting van de plantair fascie.
Bij de idiopatische holvoet wordt onderscheid gemaakt in twee vormen: spits op voorvoetniveau en 'hakstand' van de calcaneus.
Bij de eerste vorm is vooral het eerste middenvoetsbeentje in het talonaviculare gewricht naar plantair gericht. Om niet alleen de mediale bal van de voet, maar ook het laterale deel op de grond te kunnen plaatsen, ontstaat inversie, gepaard gaande met varuskanteling van de calcaneus. De 'diepstand' van de eerste en vijfde straal duwt tevens de voorvoet, tijdens staan, omhoog (dorsaalflexie). PatiŽnten kunnen hierbij het gevoel hebben dat ze 'tegen de heuvel op' lopen. Deze vorm van holvoet gaat vaak gepaard met verbreding van de voorvoet (pes planus transversus) en klauwtenen.
Bij de tweede vorm is sprake van 'hakstand' van de calcaneus. De achillespees is in deze situatie extra lang.
Pas in verder gevorderde stadia ontstaan hinderlijke klauwtenen. Er is sprake van een klein dragend oppervlak. Dit leidt tot hoge druk, overmatige eeltvorming en het ontstaan van clavi.


Klinische kenmerken
  • Stugge voet met hoge wreef.
  • Strak gespannen en vaak drukpijnlijke plantaire fascie.
  • Brede voorvoet.
  • Klauwtenen.
  • 'Diepstand' 1e 'straal'.
  • Varus van de calcaneus.
  • Overmatige eeltvorming ter hoogte van de mediale bal.
  • Klachten over instabiliteit: neiging tot inversietrauma.
  • 'Hakstand calcaneus'.
  • Rechte stand calcaneus.
  • Overmatige eeltvorming ter hoogte van het midden van de bal.

Schoentechnische behandeling

De 'spits' op voorvoetniveau is meestal onvoldoende te corrigeren. Er moet dan ook ruimte in het maatvoetbed gegeven worden, zodat het kopje van de eerste 'straal' meer ruimte in plantair richting heeft dan de kopjes twee tot en met vijf. Een drukverdelend maatvoetbed met een transversale voorvoetsteun dient om de vaak voorkomende overbelasting van de metatarsaal kopjes te reduceren. Hoge piekdrukken als gevolg van het kleine dragende oppervlak moeten door middel van het gebruik van schokabsorberend materiaal worden gereduceerd. Bij een stugge holvoet kan het lengtegewelf in het supplement worden opgevuld.
Te grote druk tegen de strakke fascia plantaris veroorzaakt vaak pijnklachten. Bij een soepele holvoet wordt bij voorkeur het mediale lengtegewelf zodanig opgevuld dat het maatvoetbed in stand net 'aanligt'. Bij het bestaan van klauwtenen moeten de daarvoor geŽigende maatregelen worden genomen. Lichte vormen van holvoeten kunnen in orthopedisch maatschoeisel type B of confectieschoeisel worden opgevangen. De uitgebreidere vormen vereisen orthopedisch maatschoeisel type A.


Gedecompenseerde pes cavus

De gedecompenseerde pes cavus is een doorgezakte holvoet. De fascia plantaris is overrekt en de middenvoet is in valgus doorgezakt tot op de bodem. De voorvoet is hierbij meestal in abductie gegaan. Op het eerste gezicht imponeert deze voet als een platvoet. Wanneer echter getracht wordt passief de voetstand te corrigeren, dan blijkt dat de valgus alleen te corrigeren is bij acceptatie van spits in de middenvoet. Bij navraag geven de patiŽnten ook meestal aan vroeger juist een hoge wreef te hebben gehad.

Schoentechnische behandeling

Bij klachten moet een individueel voetbed de voet in gecorrigeerde 'holvoet'-stand houden. Afhankelijk van de omvangs-maten kan dit in confectie, orthopedisch maatschoeisel type B of A.


Hallux valgus

Bij kinderen wordt zelden of nooit een hallux valgus gezien. Bij ouderen zien we heel vaak een hallux valgus. Bij de meeste cliŽnten is een hallux valgus een uiting van degeneratieve veranderingen. Als gevolg van pathologische krachtsverhoudingen, door de veranderingen van het voetmodel, ontstaat een vicieuze cirkel met een toename van de standsveranderingen.


Klinische kenmerken
  • Abductiestand van de eerste teen.
  • Adductie van het eerste middenvoetsbeentje.
  • Endorotatie van de eerste teen.
  • Osteo-arthrose met botuitgroei aan mediale en dorsale zijde.
  • Bursavorming, met likdoorn, aan de mediale zijde van het eerste metatarsophalangeale gewricht.
  • Door standsveranderingen en botvorming beperkte dorsaalflexie.
  • Eerste teen drukt tegen de tweede, ligt eroverheen of ligt eronder (over- of onderrijdende teen).
  • Meestal is er sprake van metatarsalgie.
  • Het meest pijnlijk is vaak de bursitis en de likdoorn.

Schoentechnische behandeling

Het is niet mogelijk om met behulp van schoentechnische maatregelen de teenstand te verbeteren. Pijnklachten ter hoogte van de mediale zijde van het metatarsophalangeale gewricht, als gevolg van overmatige druk tegen de schacht, kunnen wel worden voorkomen. Soms kan het lokaal oprekken van de schacht afdoende zijn. Tevens kan de afwikkeling worden vergemakkelijkt met behulp van een proximale afwikkelingscorrectie. Een drukverdelend individueel voetbed met dwarse voorvoetsteun is noodzakelijk om overmatige druk ter hoogte van de metatarsophalangeale gewrichten te voorkomen. Er zijn diverse redenen om een chirurgische ingreep te overwegen. De belangrijkste is druk tegen de tweede teen, overrijdende of onderrijdende hallux. In veel gevallen is de patiŽnt ook na een operatieve correctie aangewezen op orthopedisch maatschoeisel, type A dan wel type B.


Hallux limitus/rigidus

Bij hallux limitus/rigidus is er sprake van een beperkte of opgeheven dorsaalflexiebeweging in het eerste metatarsophalangeaal gewricht (MTP-1). Normaal is een passieve dorsaalflexie mogelijk van zo'n 90į. Deze stand wordt ook bereikt bij het staan op de tenen. Het is essentieel om de passieve dorsaalflexie te testen als de patiŽnt staat. Vaak is bij een onbelaste voet de dorsaalflexie nog wel mogelijk, maar is de passieve beweging bij een belaste voet niet meer mogelijk. De hallux limitus/rigidus wordt vooral bij volwassenen en met name ouderen vaak gezien als chronische aandoening. Het is een uiting van degeneratieve veranderingen.
De oorzaak is vaak een lokale arthrose met de vorming van botrichels aan de dorsale zijde van het MTP-1-gewricht. Eťn van de belangrijkste aanleidingen hiervoor is de hypermobiele eerste straal. Tijdens hielheffing beweegt het kopje van het eerste middenvoetsbeentje zich naar dorsaal, waardoor het subluxeert en tegen de rand van de gewrichtskom schuurt. Deze irritatie leidt tot de genoemde arthrose en botvorming. Na verloop van tijd ontstaat meestal een flexie-stand in het MTP-1-gewricht. In stand en tijdens afwikkelen komt hierdoor steeds meer druk onder de distale phalanx. Aangezien de teen in de schoen zich niet verder in plantair richting kan verplaatsen, zullen de teen en het MTP-1-gewricht omhoog worden gedrukt. Hierdoor ontstaat druk tussen de schacht van de schoen en de dorsale zijde van het MTP-1-gewricht.


Klinische kenmerken bij actieve lopers
  • Beperkte of opgeheven dorsaalflexie van de MTP1 in stand.
  • Pijn ter hoogte van het MTP-1 gewricht.
  • Pijn aan de plantair zijde van de distale phalanx.
  • Vaak ontstaat als compensatie een extreme dorsaalflexie in het interphalangeale gewricht.
  • Overmatige druk leidt tot callusvorming en clavi.
  • Forse botuitgroei aan de dorsaalzijde van het MTP-1 gewricht en druk tegen de schacht van de schoen kunnen leiden tot bursavorming en bursitis.
  • Afwikkeling over lateraal (ter compensatie van de pijn gaat de cliŽnt over lateraal afwikkelen, wat kan leiden tot instabiliteit en inversietrauma's).
  • Overmatige slijtage aan de laterale rand van hak en zool en ter hoogte van de teentop.

Klinische kenmerken bij niet-actieve lopers

Veel ouderen lopen met een sterk verminderde, of zelfs opgeheven afwikkeling. Dit kan een langzame aanpassing zijn aan de verminderde dorsaalflexiemogelijkheid. Het is echter ook mogelijk dat verminderde sensorische feedback en afgenomen motorische vaardigheden leiden tot een afgenomen balans.
Om vallen te voorkomen zal tijdens het lopen de nadruk nu meer op stabiliteit gelegd worden dan op de dynamiek van het lopen. Dit betekent het creŽren van een groot standvlak en het maken van kleinere stappen. Er wordt hierbij nog maar nauwelijks of niet afgewikkeld. Het is dan ook niet verbazend dat bij veel ouderen een asymptomatische hallux limitus/rigidus voorkomt.

Schoentechnische behandeling

Allereerst moeten behandelbare oorzaken, zoals jicht en reuma, worden opgespoord en zo mogelijk behandeld. Bij solitair bestaan van een hallux rigidus moet een orthopedische ingreep altijd worden overwogen. Schoentechnische aanpassingen vormen een symptomatische behandeling van de hallux limitus/ rigidus. Wel worden pijnklachten en secundaire stoornissen (als gevolg van verhoogde druk) adequaat behandeld. In het beginstadium kan volstaan worden met het aanbrengen van een afwikkelingscorrectie op MTP-niveau.
Wanneer het MTP-gewricht naar flexie neigt, is een maatvoetbed nodig om het MTP-1 gewricht hoger te leggen (mediale gewelf-ondersteuning ver naar distaal door laten lopen) en de top van de teen juist meer ruimte, in plantairrichting, te geven. Dit vereist in het algemeen veel volume in de schoen. Confectieschoeisel levert dit onvoldoende. Soms kan worden volstaan met orthopedisch maatschoeisel, type B, maar meestal is orthopedisch maatschoeisel, type A nodig. In dit schoeisel kan ook de hielheffing (hakhoogte) worden gereduceerd tot 0į, waardoor de eerste teen ook minder ruimte in plantairrichting nodig heeft.
Bij veel pijn moet de beweging in het MTP-1-gewricht helemaal worden stilgelegd met behulp van een volledig kunstmatige afwikkeling. In die situatie moet een zoolverstijving worden aangebracht.


Hamer- en klauwtenen

Bij hamertenen is sprake van een pathologische flexiestand in het proximale interphalangeale gewricht. Het distale interphalangeale gewricht blijft recht of gaat in dorsaalflexie. Er ontstaat vaak subluxatie in de metatarsophalangeaal gewrichten.
Waarschijnlijk speelt het langdurig dragen van schoeisel met een foutieve pasvorm een belangrijke rol bij het ontstaan van hamertenen. Mogelijk spelen ook erfelijke factoren een rol. Bij klauwtenen gaan beide interphalangeaal gewrichten in flexie, en ook hier ontstaat vaak subluxatie in de metatarsophalangeaal gewrichten. Hierdoor kunnen 'zwevende' tenen ontstaan.
Klauwtenen treden vaak op bij holvoeten, met name holvoeten op basis van HMSN (Hereditaire Motorische en Sensorische Neuropathie), maar ook na een CVA en bij reuma. In deze situaties zijn de voetproblemen veel groter dan alleen het bestaan van klauwtenen en is een uitgebreid schoenrecept noodzakelijk.
De klachten bij hamer- en klauwtenen worden vooral veroorzaakt door de secundaire afwijkingen, bestaande uit clavi als gevolg van overmatige druk.


Klinische kenmerken
  • Klauw- of hamerstand van tenen.
  • Subluxatie in de metatarsaal phalangeaal gewrichten.
  • Clavi, met pijnklachten, ter hoogte van de teentoppen en aan de dorsale zijde van de proximale interphalangeaal gewrichten bij klauwtenen.
  • Clavi, met pijnklachten, ter hoogte van plantairzijde van de teentoppen en aan de dorsale zijde van de distale interphalangeaal gewrichten bij hamertenen.
  • Vaak is sprake van overmatige druk ter hoogte van de metatarsaal kopjes.

Schoentechnische behandeling

Oorzakelijke aandoeningen dienen te worden opgespoord en zo nodig behandeld. Als er geen primaire aandoening bestaat en er toch ernstige klachten bestaan, moet operatieve correctie zeker overwogen worden.
Schoentechnische oplossingen moeten vooral gezocht worden in het creŽren van ruimte voor de tenen, zodat geen druk bestaat tegen de interphalangeaal gewrichten. Voorts moet, bij druk tegen de toppen van de tenen, in een individueel voetbed ruimte gecreŽerd worden voor de teentoppen. Een dwarse voorvoetsteun ontlast de metatarsophalangeaal regio. Als er bij het lopen sprake is van een adequate afwikkeling kan drukvermindering, ter hoogte van de metatarsophalangeaal regio en ter hoogte van de teentoppen, ook worden verkregen door de toepassing van een vroege afwikkelingscorrectie. Om de interphalangeaal gewrichten voldoende vrij te leggen is vaak orthopedisch maatschoeisel, type B of A nodig, aangezien confectieschoeisel hiervoor te weinig volume biedt.


Mortonse neuralgie

Mortonse neuralgie is een plantaire digitale neuritis die het meest voorkomt in de zenuw tussen de derde en vierde teen. Ten aanzien van de oorzaak worden verschillende mechanismen voorgesteld. In alle gevallen spelen druk en frictie een grote rol. Fibroomvorming is vaak het gevolg.


Klinische kenmerken:
  • Er ontstaan pijnklachten, met name na enige tijd belasten, in latere stadia ook in rust.
  • De pijn grijpt aan ter hoogte van de metatarsaal kopjes en kan zeer heftig zijn.
  • Vaak straalt de pijn naar distaal, maar ook naar proximaal uit.
  • Strak schoeisel wordt meestal als zeer onplezierig ervaren.
  • Bij onderzoek veroorzaakt druk tussen de derde en de vierde straal, vooral wanneer tegelijkertijd de voorvoet wordt samengedrukt (omvatten), heftige pijn.

Schoentechnische behandeling

Er moet voldoende ruimte zijn rond de voorvoet, omdat samendrukken juist pijn veroorzaakt. De pijnlijke plek moet worden vrijgelegd. Hiertoe wordt een extra steun aangebracht proximaal van de pijnlijke plek en een ovale uitsparing ter hoogte van de pijnlijke plek. Deze voorziening kan verwerkt worden in een individueel maatvoetbed. De druk kan ook nog worden verminderd door het toepassen van een vervroegde afwikkelingscorrectie. Hierbij moet de zool wel stijf genoeg zijn. Bij onvoldoende effect kan de chirurgische verwijdering van het neuroom overwogen worden.


Exostose/hielspoor

Exostose of hielspoor is een botuitgroei die uitgaat van het periost en wordt veroorzaakt door een voortdurende irritatie hiervan. De ontstekingsreactie veroorzaakt een botwoekering. Een veel voorkomende exostose is die op het dorsum van de voet bij klompdragers. Een pathologische tractie van pezen aan het voetskelet kan ook tot exostosevorming leiden, bijvoorbeeld bij de Haglundse exostose ter hoogte van de aanhechting van de achillespees. Bij doorgezakte voeten kan een chronische irritatie ontstaan ter hoogte van de aanhechting van de fascia plantaris aan de calcaneus. De ontwikkeling van een hielspoor kan het gevolg zijn.

Klinische kenmerken

De cliŽnt klaagt over locale pijn, met name in die situaties waarbij extra 'druk' plaatsvindt. Het hielspoor is met behulp van een rŲntgenfoto zichtbaar te maken. De andere exostosen zijn vaak goed palpabel. Wanneer schoentechnische maatregelen de klachten niet verhelpen, is chirurgische verwijdering zeker te overwegen.

Schoentechnische behandeling

Wanneer sprake is van een exostose op het dorsum van de voet kan een polstering op de tong van de schoen rondom de exostose worden aangebracht. De exostose komt hierdoor drukvrij te liggen.
Bij een hielspoor moet gebruik worden gemaakt van schokabsorberend hak- en zoolmateriaal. Tevens kan een uitsparing ter plaatse van het hielspoor worden gemaakt. Deze kan worden verwerkt in een maatvoetbed.
Als er sprake is van valguskanteling tijdens de standfase, moet dit worden tegengegaan door ondersteuning van het sustentaculum tali en het mediaal gewelf.
Bij de Haglundse exostose moet een uitsparing gemaakt worden in het contrefort. Dit kan ook worden bereikt door een polstering rondom de exostose aan te brengen. Verder moet er een goede hielomvatting zijn, zodat de hiel niet gaat slippen, waardoor extra irritatie en druk ontstaat. De tractie van de achillespees aan de calcaneus kan ook nog verminderd worden door een extra hakverhoging van 1 ŗ 1,5 cm aan te brengen. Deze moet dan natuurlijk wel bij beide schoenen worden aangebracht.


Hielpijn

Diverse aandoeningen kunnen leiden tot lokale klachten ter hoogte van de hiel.
De achillespees hecht aan ter hoogte van het tuber calcaneÔ. Diverse structuren in deze regio kunnen geÔrriteerd raken en pijn veroorzaken.
  • Subcutane hypertrofie
    Primaire weke delen zwelling die voornamelijk bij vrouwen voorkomt. De klachten worden hierbij secundair veroorzaakt door druk van de schoen contrefort tegen de zwelling.
  • Bursitis
    De bursae van de achillespees kunnen geÔrriteerd raken door toegenomen wrijvingskrachten. Vooral bij een soepele varusstand kan de continue varus-valgus beweging tijdens de standfase irritatie veroorzaken. De ontstekingsreactie leidt tot bursitis en pijn.
  • Haglundse exostose
    Zie exostosen.
  • Tendinitis van de achillespees
    Dit wordt bijna altijd veroorzaakt door een mechanische overbelasting. Vaak zie je dit bij 'hardlopen'.

Schoentechnische behandeling

De schoentechnische mogelijkheden zijn gebaseerd op vermindering van de druk-, trek- en wrijfkrachten.
Lokale druk wordt voorkomen door een uitsparing te maken in de contrefort. Hiertoe wordt vaak een polstering aangebracht, juist rondom de drukpijnlijke plek. Wrijfkrachten ontstaan vooral als de hiel in en uit de schoen slipt. Ze zijn dus het gevolg van onvoldoende pasvorm. Een goede omvatting van de hiel en een stevige sluiting op de wreef zijn nodig om het slippen te voorkomen. Tractie aan de achillespees kan worden verminderd door het aanbrengen van een extra hielverhoging in de schoen. Bij een tendinitis van de achillespees als gevolg van hardlopen, kan dit de maatregel zijn die het lopen weer mogelijk maakt.


Mediale of laterale gonarthrosis

Bij lichte mate van pijn ter hoogte van de mediale of laterale zijde van de knie, waarbij de druk op de knie een rol speelt, kan deze druk worden verminderd door het aanbrengen van een zoolwig.

Schoentechnische behandeling

Een mediale wig onder de zool geeft een knie-abducerend moment. De knie wordt als het ware naar buiten gedrukt waardoor de laterale compartimenten minder hard tegen elkaar drukken.


Beenlengteverschil

Beenlengteverschillen komen heel vaak voor. In de meeste gevallen betreft het een fysiologisch lengteverschil dat geen behandeling behoeft. Slechts in uitzonderingen is het nodig om een beenlengteverschil van maximaal ťťn centimeter te compenseren. Als reden hiervoor kan gedacht worden aan rugklachten die door het lengteverschil worden veroorzaakt of onderhouden. Maar ook een corrigeerbare scoliose kan reden zijn om het beenlengteverschil te compenseren. Verschillen groter dan twee centimeter, hebben een dermate grote invloed op het looppatroon dat ze in de praktijk altijd gecompenseerd worden in het schoeisel.
Er moet onderscheid worden gemaakt tussen het klinisch en het anatomisch beenlengteverschil. Anatomische beenlengteverschillen ontstaan bijvoorbeeld na fracturen waarbij de groeischijven zijn beschadigd, of na een epiphysiolysis en Morbus Perthes. Een bekkenscheefstand daarentegen leidt tot een klinisch beenlengteverschil. Het is dan nodig om te beoordelen of een lengteaanvulling klachten vermindert of juist verergert.
Bij kleine verschillen is het in de praktijk vaak plezierig om op provisorische wijze uit te zoeken of een aanvulling helpt. Er kan ter hoogte van de hiel een centimeter kurk of papier worden aangebracht. Het is uiteraard ook mogelijk om een centimeter kurk onder de hak te plakken.

Schoentechnische behandeling

Beenlengteverschillen tot ťťn centimeter kunnen, afhankelijk van de pasvorm, in de schoen worden verwerkt. Er wordt dan een centimeter ter hoogte van de hiel opgevuld. Dit kan alleen als er dan toch nog sprake is van een goed hielslot, omdat anders de hiel gaat slippen.
Beenlengteverschillen tot drie centimeter kunnen in het algemeen nog in en onder confectieschoeisel worden verwerkt. De verhoging onder de schoen wordt niet integraal aangebracht, maar in de verhouding van hak : zool : neus = 3 : 2 : 1. Deze verhoging verstijft de zool en daarom is het nodig om een afwikkelingscorrectie aan te brengen.
Beenlengteverschillen van meer dan drie centimeter kunnen niet meer in confectieschoeisel worden verwerkt. Er wordt dan een aparte verlengingsorthese gemaakt met de voet meer of minder in spitsstand. Dit gebeurt in een aparte binnenschoen, die weer in een lage of hoge buitenschoen kan worden verwerkt.


Posttraumatische problemen

Fracturen in het gebied van de voet kunnen lange tijd na de genezing toch nog problemen veroorzaken. Een geringe mate van discongruentie kan leiden tot secundaire arthrotische veranderingen.

Subtalaire gewricht
Discongruentie kan tot pijnlijke in- en eversie leiden.

Schoentechnische behandeling
  • Schokdempende hak; de schokdemping verlaagt de piekdruk bij het neerkomen van de hak.
  • Hakafronding verplaatst het lichaamszwaartepunt sneller naar voren.
  • Brede hak en stevig contrefort verhoogt de stabiliteit met minder kans op in- en eversietrauma.

Bij ernstige klachten zullen deze maatregelen niet afdoende zijn. Er is dan vaak een volledige arthrodesekoker nodig.

Talonaviculare- en middenvoet gewrichten
Een talusfractuur kan (gedeeltelijk) necrose van de kop veroorzaken, met als gevolg pijnlijke bewegingen in het talonaviculare gewricht. Discongruentie in de middenvoet gewrichten veroorzaakt ook pijn tijdens de afwikkeling.

Schoentechnische behandeling
  • Proximale afwikkeling met geleng- of zoolverstijving om de beweging in het gewricht te minimaliseren.
  • Bij onvoldoende effect is een arthrodesekoker nodig. - Goed aanliggend maatvoetbed zodat de middenvoet niet kan doorzakken.

Fracturen van de metatarsalia
Meestal geven fracturen van de metatarsalia geen problemen bij het lopen. Wanneer een fractuur van de eerste straal in foute stand geneest, kunnen wel problemen bij het lopen ontstaan. Meestal ontstaat dan een afwikkelingsprobleem.

Schoentechnische behandeling
  • Acceptatie van de standsafwijking.
  • Afwikkelingscorrectie.
  • Zool verstijving.


Diabetes Mellitus

Zowel de neuropathie als de angiopathie leiden tot voetproblemen. De motorische neuropathie leidt tot krachtvermindering van de intrinsieke voetspieren. Dit kan leiden tot het ontstaan van klauwtenen en holvoeten. Mede in combinatie met de slechte kwaliteit van de huid en het subcutane weefsel, ontstaat er verhoogde druk ter hoogte van de metatarsophalangeale regio. Er ontstaan toenemende eeltformaties. Het niet strikt deskundig verwijderen hiervan kan, mede als gevolg van de verhoogde infectiegevoeligheid, leiden tot ulceraties en uiteindelijk tot amputatie. De sensorische neuropathie versterkt dit proces doordat de 'beschermende' pijnprikkel niet of onvoldoende optreedt. Hierdoor worden ook kleine trauma niet waargenomen. Een optimale controle wordt bereikt als cliŽnten met een neuropatische voet periodiek gezien worden in een diabetesvoeten behandelteam. Bij een pathologische voetbelasting is de pijn normaal gesproken reden om te trachten deze belasting te vermijden. Bij diabetes mellitus is dit niet het geval. De pathologische belasting blijft bestaan en daarmee ontstaat een toene- mende 'strain' op het gewricht en een toenemende standsafwijking. De sensorische neuropathie leidt tevens tot een verminderd balansgevoel, met als gevolg een grotere kans op struikelen. Dit laatste vooral 's nachts als de patiŽnt niet visueel kan compenseren. Er zijn diverse preventieve maatregelen.
  • Dagelijkse specifieke 'voetinspectie' wordt helaas door veel cliŽnten die (nog) geen voetklachten hebben als overbodig gezien.
  • Dagelijkse hygiŽne is in tegenstelling tot de voetinspectie voor velen een normaal geaccepteerde gewoonte. Bij ouderen kan de dagelijkse hygiŽne echter wel een probleem opleveren.
  • Niet op blote voeten lopen vooral niet buiten. Gezien de sluipende, en daarmee verradelijke, ontwikkeling van de afwijkingen zijn de preventieve maatregelen echter van groot belang!

Schoentechnische preventieve maatregelen
  • Goede maatvoering.
  • Overmaat 1,5 cm om te voorkomen dat de schacht tegen de tenen kan drukken.
  • Adequaat slot; stevige grip op wreef en sluitend hielslot.
  • Een vetersluiting of klittenbandsluiting over de gehele wreef geeft de beste grip op de wreef. Hierdoor wordt schuiven in de schoen voorkomen.
  • Vormvast contrefort; om standsafwijkingen van de achtervoet zoveel mogelijk te voorkomen. Bovendien draagt een goed contrefort bij aan het slot.
  • Drukverdelend maatvoetbed, zodra er enige aanwijzingen zijn van een veranderde drukbelasting.
  • Geen 'negatieve' hak. Bij de negatieve hak staat niet de voet in z'n geheel 'achterover', maar staat de hak lager dan de voorvoet. Dit betekent extra druk ter hoogte van de midden voet en zou een toegenomen kans op circulatoire problemen kunnen veroorzaken. Hoge hakken zijn natuurlijk ook uit den boze.
  • Geen schoeisel met sierstiksels in het bovenwerk. Harde stiksels kunnen juist drukplekken veroorzaken.
  • Licht verend onderwerk om harde stootkrachten te dempen.
  • Overmatige slijtage voorkomen. Met name overmatige asymmetrische slijtage aan de hak kan leiden tot een afwijkende belastinglijn en daarmee een toegenomen kans op standsafwijkingen.

Wanneer de voetvorm niet alledaags is, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van holvoeten of juist bij lange smalle voeten, dan is het al snel niet mogelijk om adequaat confectieschoeisel te vinden. Het afwijkende voetmodel is dan de officiŽle indicatie voor orthopedisch maatschoeisel, maar het preventieve argument is nog veel belangrijker. Als ulcera bestaan, is frequente specialistische begeleiding noodzakelijk. Wanneer het tijdelijk niet mogelijk is om adequaat schoeisel te dragen, als gevolg van noodzakelijk verband of een tijdelijke schoentechnische volumineuze maatregel, dan kan een verbandschoeisel of een revalidatie verbandschoen worden voorgeschreven. Hier-mee wordt niet de steun verkregen van orthopedisch maatschoeisel type A maar wel een goede plantaire drukverdeling, waardoor het toch mogelijk blijft om te lopen. Een heel waardevolle voorziening voor patiŽnten waarbij inmiddels voetafwijkingen zijn ontstaan, is de orthopedische pantoffel.

Wanneer de botstructuren zo ernstig zijn aangetast dat ze leiden tot misvorming is er sprake van 'Charcot'-voeten. Bijna altijd is dan orthopedisch maatschoeisel type A geÔndiceerd, waarbij zeer specifieke eisen aan het schoeisel gesteld worden.


Reuma

ReumatoÔde arthritis is een veel voorkomende ziekte die zich op iedere leeftijd kan openbaren, maar vooral begint bij vrouwen van middelbare leeftijd. In de acute fase leidt de synovitis tot warme, opgezwollen, stijve en pijnlijke gewrichten. Bij de chronische arthritis ontstaan uitgebreide beschadigingen van de weke delen rond de gewrichten en de gewrichten zelf.
In de metatarsophalangeaal gewrichten ontstaat een kenmerkende dorsale subluxatie, hallux valgus (soms extreem), klauwtenen, spreid- en platvoeten. De dorsale subluxatie gaat vaak gepaard met het ontstaan van klauwtenen. Het spreekt voor zich dat hier een grote kans bestaat tot het ontwikkelen van drukplekken, met name daar waar de tenen tegen de schacht drukken (kopjes IP-gewrichten, mediale zijde MTP-1 gewricht). De hallux valgus kan gepaard gaan met overrijdende tenen. Door de gestoorde microcirculatie ontstaat atrofie van onderhuids- en huidweefsel. De kopjes van de metatarsophalangeaal gewrichten worden hierdoor zeer lokaal belast, met als gevolg pijn en ontwikkeling van eeltformaties en zelfs clavi. Op dergelijke drukplekken ontstaan ook bursae, die weer snel geÔnfecteerd kunnen raken.
Er treedt een karakteristieke stijfheid in de gewrichten op, die na inactiviteit sterker is. Dit veroorzaakt ook de ochtendstijfheid. Aantasting van het subtalaire gewricht leidt vaak tot valgusstand.
Reuma-noduli zijn knobbels die ontstaan als gevolg van granulomateuze ontstekingen. Ze ontstaan vooral op die plekken waar druk tegen de huid wordt uitgeoefend en dus ook op die plekken waar schoeisel knelt.
Wanneer sprake is van forse reumatische stoornissen verdient het de voorkeur de voetproblemen te beoordelen en te begeleiden op een gecombineerd spreekuur met de orthopedisch maatschoenmaker. Hierbij dient ruim aandacht geschonken te worden aan de heup- en kniefunctie, maar ook aan de handfunctie (mogelijkheid tot goed sluiten van de schoenen).

Schoentechnische behandeling

Algemene schoentechnische adviezen voor patiŽnten met beginnende reumatoÔde arthritis.
De keuze van het schoeisel is primair gericht op het verminderen van druk en het voorkomen van wrijving. Bij niet gevorderde stadia kan een keuze gemaakt worden uit speciaal geselecteerd en eventueel aangepast confectie schoeisel, thematisch schoeisel of schoeisel type B. Daarbij is aandacht voor:
  • voldoende ruimte voor voorvoet (geen druk tegen tenen en mediale/laterale zijde MTP-gewrichten);
  • laag gewicht;
  • zacht bovenwerk;
  • geen sierstiksels;
  • lage hielheffing, om zo min mogelijk de druk naar voren te verplaatsen;
  • stootdempende materialen;
  • vetersluiting over de hele wreef;
  • vormvast contrefort ter preventie van progressie van standsafwijkingen.

Bij gevorderde stadia spelen volgende richtlijnen een rol (hiervoor is bijna altijd maatschoen type AgeÔndiceerd):
  • naadloos bovenwerk;
  • in rustige periodes dient de beweeglijkheid zoveel mogelijk gehandhaafd te blijven;
  • stugge standsafwijking accepteren;
  • gewrichtsbeweging compenseren als er geen beweging meer kan plaatsvinden, of als deze ook in rustige periodes zeer pijnlijk is. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van een afwikkelingscorrectie;
  • extra stabiliteit en verhoging van de proprioceptieve input kan verkregen worden met behulp van hoog schoeisel, met dik gepolsterde schacht rond de enkels;
  • schoensluiting aanpassen aan handfunctie.


Spasticiteit

Neurologische aandoeningen zijn in het algemeen minder bekend als indicatie voor orthopedisch maatschoeisel. Toch zijn er zowel bij centraal als perifeer neurologische aandoeningen indicaties voor orthopedisch maatschoeisel. Een veel voorkomende aandoening waarbij een indicatie voor orthopedisch maatschoeisel kan bestaan is spasticiteit, als gevolg van een CVA of een contusio cerebri. Naast de oorspronkelijke biomechanische functies van orthopedisch maatschoeisel, zoals stabilisatie en correctie kan er ook sprake zijn van een neurologische functie: inhibitie van spastische activiteit. Wanneer sprake is van een spastisch extensiepatroon, treedt onwillekeurig aanspannen op van de posturale musculatuur.
Door de voet in dorsaalflexiestand te dwingen wordt dit patroon doorbroken en neemt het extensiepatroon af, zie voetheffende ortheses. Het spreekt voor zich dat een uitgebreid specialistisch onderzoek nodig is om een juist schoenrecept op te stellen. Deze voorziening, ook de herhaling, wordt eigenlijk alleen verstrekt via het gemeenschappelijk spreekuur van de orthopedisch schoentechnicus met de revalidatiearts.


Neuromusculaire aandoeningen

Een belangrijke aandoening waarbij frequent een indicatie bestaat voor orthopedisch maatschoeisel is de Hereditaire Motorische en Sensibele Neuropathie (HMSN). Behoudens de standsafwijkingen die ontstaan door uitval van de intrinsieke en de extrinsieke voetmusculatuur, is hier ook sprake van verminderde sensorische informatie. De verminderde proprioceptieve feedback wordt gecompenseerd door extra visuele feedback afhankelijkheid. In het eerste stadium van de HMSN ontstaat een pes cavus, met diepstand van de mediale bal en klauwtenen. Bij staan op blote voeten leidt de diepstand van de mediale bal tot een extensiemoment op de knie en varuskanteling in het onderste spronggewricht. De cliŽnten krijgen mede hierdoor toenemend problemen met de stabalans. Orthopedisch maatschoeisel met een standaccepterend voetbed leidt hier tot een betere houding en daarmee makkelijker handhaven van de balans.
In latere stadia van de HMSN, wanneer de standsafwijking toeneemt, kan zelfs een kokervoorziening noodzakelijk zijn. Het voordeel is een nog betere stabiliteit, maar het nadeel is een verminderde/ opgeheven plantair- en dorsaalflexie en daarmee samenhangend een verminderde proprioceptieve feedback.
Vanzelfsprekend is een uitgebreid onderzoek en een nauwkeurig afweging nodig om tot een optimaal schoenrecept te komen. Een gezamenlijke beoordeling door medisch specialist en orthopedisch schoenmaker is ook hier weer noodzakelijk.


Extreme en wisselende oedemen

Er bestaan diverse oorzaken voor oedeem. De mogelijkheden met orthopedisch maatschoeisel zijn in principe gelijk. Er is een indicatie voor orthopedisch maatschoeisel als de voetomvang zodanig is dat confectieschoeisel niet past. Het spreekt voor zich dat primair getracht moet worden om met behulp van elastische kousen het oedeem te reduceren. Eventuele medicamenteuze behandeling staat natuurlijk geheel buiten het kader van dit boek. Een probleem bij wisselend oedeem is de pasvorm van het schoeisel. Wanneer de schoen past bij fors oedeem zal hij een slechte pasvorm hebben bij licht of geen oedeem. De orthopedisch maatschoenmaker heeft een aantal mogelijkheden om tot adequaat schoeisel te komen.

Schoentechnische behandeling

Allereerst wordt een enkelbottine type A gemaakt. De grip vindt nu niet alleen plaats rond de calcaneus, maar ook rond de malleoli. Vervolgens wordt het inschot ver naar voren gelegd en over de gehele wreef een vetersluiting (eventueel klittebandsluiting) gemaakt. Door deze ruime sluiting kan de voet goed gefixeerd worden in de schoen, zowel in 'dunne' als 'dikke' toestand. Een extra maatregel om de wisseling van omvang op te vangen is het aanbrengen van een extra, uitneembare inlegzool van 0,5 cm dikte. Wanneer deze zool verwijderd wordt, is sprake van een aanzienlijke volumetoename in de schoen. Tevens kan als tijdelijke voorziening het confectieverbandschoeisel worden toegepast.


Huidaandoeningen

Er zijn een aantal regelmatig voorkomende huidaandoeningen waarbij het schoeisel een rol speelt of kan spelen.

Contactallergie
Er kan allergie bestaan voor stoffen die in het schoeisel zijn verwerkt. Bij allergische huidafwijkingen is het mogelijk om met behulp van contactallergisch onderzoek de veroorzakende grondstof te identificeren. Indien er geen confectieschoeisel bestaat waarin de allergie veroorzakende stof niet voorkomt, dan bestaat er een indicatie voor maatschoeisel of allergeen vrij schoeisel.

De volgende allergieŽn, met schoentechnische behandeling zijn bekend:
  • Chroom
    Leer wordt gelooid met chroom. De huidafwijkingen worden vooral gezien ter hoogte van de wreef, de voetranden en rond de hiel. Er zal gebruik gemaakt moeten worden van plantaardig gelooid leer.
  • Fenolformaldehydehars
    Komt in de meeste schoenlijmsoorten voor. Meestal komen de afwijkingen aan de dorsale zijde van de tenen voor, daar waar de neusversteviging is opgelijmd. Een alternatief voor deze lijmsoorten is de beenderlijm (natuurlijm) of chemisch allergeen-vrije lijm.
  • Rubber grondstoffen
    Zitten vooral in laarzen en sportschoenen verwerkt. De huidafwijkingen doen zich over de gehele voet voor. Het spreekt voor zich dat schoeisel nodig is zonder rubber grondstoffen.
  • Kleurstoffen in het leer
    De huidafwijkingen kunnen zich over de gehele voet voordoen. Er moet gebruik gemaakt worden van naturel ongeverfd leer.

Dermatomycosen
Zeer bekend is natuurlijk het zwemmers-eczeem. De vochtige en warme omgeving in de schoen vormt een goede 'voedingsbodem' voor de schimmel. Chemisch gelooid leer bevordert de schimmelgroei nog meer. Primair moeten de tegen schimmelinfecties geŽigende maatregelen worden genomen.

Schoentechnische behandeling

Naast goed ventilerend schoeisel moet gebruik gemaakt worden van losse, plantaardig gelooide inlegzooltjes. Deze zooltjes moeten elke avond uit de schoen worden gehaald en schoongemaakt. De volgende ochtend kunnen ze, droog, weer in de schoen.


Hyperhidrosis

De medicamenteuze bestrijding van de hyperhidrosis staat op de voorgrond. Extreme hyperhidrosis is moeilijk te bestrijden en veroorzaakt veel narigheid rond het schoeisel.

Schoentechnische behandeling

Het is zaak om zeer goed ventilerend schoeisel te hebben met een inlegzool van speciaal gelooid leer. Dit leer absorbeert meer vocht dan het normaal gelooide leer. De inlegzool moet 's nachts uit de schoen worden gehaald om te drogen.






 
 
 
Confectie schoenen Orthopedische schoenen Pedicure Fysiotherapie
Aanpassingen aan confectieschoenen Verbandschoenen Asics sportschoenen (diabetes) Valinos
Steunzolen Protheses en Ortheses Strassburg Sock Dutchoe
Semi-orthopedische schoenen Therapeutisch elastische kousen
iso9001 / SEMH gecertificeerd
 
  Copyright © 2013 Voet & Zorg - VOOR EEN PASSENDE OPLOSSING